Wat er op je factuur moet staan en wanneer je er überhaupt een moet sturen
Aan een consument hoef je meestal helemaal geen factuur te sturen. Aan een zakelijke klant wel. Dan gelden er zeventien eisen. Dit is de lijst.
Verkoop je een online cursus aan iemand in Duitsland of België, dan verandert er iets aan de btw. Over de drempel van 10.000 euro exclusief btw en het éénloketsysteem.
27 augustus 20265 minuten lezen1027 woorden
Een digitaal product kent geen grens. Zodra iemand in België, Duitsland of Spanje je cursus koopt, heb je met de btw-regels van dat land te maken. Dat klinkt als iets voor later, maar er zit een drempel aan die je sneller haalt dan je denkt.
Uitleg in gewone taal, geen fiscaal advies. Ga voor je eigen situatie af op de Belastingdienst of je adviseur.
Digitale diensten aan particulieren zijn belast in het land waar de klant woont. Verkoop je een opgenomen online cursus aan een consument in Duitsland, dan is in beginsel Duitse btw verschuldigd tegen het Duitse tarief.
Waarom is dat zo? Omdat een cursus die grotendeels geautomatiseerd via internet wordt geleverd, fiscaal een elektronische dienst is. Geeft een docent live les op afstand, dan is dat geen elektronische dienst en gelden er andere regels. Dat onderscheid komt ook terug bij de vrijstelling, zie btw op online cursussen.
Om te voorkomen dat elke kleine ondernemer zich in twintig landen moet registreren, is er een drempel. Die staat in artikel 6k van de Wet op de omzetbelasting 1968. Blijft het totaal van je afstandsverkopen binnen de EU en je digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen in een kalenderjaar op 10.000 euro of minder, de btw niet inbegrepen, dan mag je gewoon Nederlandse btw rekenen. Het bedrag mag ook in het voorafgaande kalenderjaar niet zijn overschreden.
Let op wat er allemaal meetelt. De drempel geldt voor het totaal van alle EU-landen samen, niet per land. En digitale diensten tellen mee, ook al zijn het geen afstandsverkopen van goederen. Verkoop je zowel een cursus als een boek naar het buitenland, dan tel je alles bij elkaar op.
Kom je boven de drempel, dan geldt vanaf dat moment de btw van het land van de klant. En dat is geen jaarlijkse afrekening achteraf: het gaat in vanaf de levering waarmee je de drempel overschrijdt.
Je mag ook vrijwillig kiezen om meteen buitenlandse btw te rekenen, ook onder de drempel. Dat meld je bij de inspecteur en die keuze geldt dan ten minste twee kalenderjaren. Het kan handig zijn als je verwacht er snel doorheen te groeien, want dan hoef je je systeem niet halverwege het jaar om te bouwen.
Boven de drempel hoef je je niet in elk land apart te registreren. Er is het éénloketsysteem, ook wel het OSS-systeem genoemd. Via de Unieregeling doe je één aangifte per kwartaal bij de Nederlandse Belastingdienst voor al je verkopen aan particulieren in andere EU-landen. Je betaalt in één keer. De Belastingdienst stuurt de aangifte en de betaling door naar de belastingdiensten van de betrokken landen.
Wat dat praktisch van je vraagt:
Dat laatste is een reële reden om bij je keuze van afrekenmethode vooraf te vragen of het systeem btw per land ondersteunt. Zie vier manieren om af te rekenen, vergeleken.
Als je aan consumenten in verschillende landen verkoopt tegen één prijs inclusief btw, verandert je marge per land, want de tarieven verschillen. Er zijn twee manieren om daarmee om te gaan.
De eerste is één prijs voor iedereen aanhouden en accepteren dat je in het ene land iets meer overhoudt dan in het andere. Dat is voor de meeste kleine aanbieders de praktische keuze.
De tweede is per land een aparte prijs tonen. Dat is netter voor je marge, maar het vraagt meer van je systeem en het levert vragen op van klanten die de prijzen vergelijken.
Verkoop je aan een ondernemer in een ander EU-land, dan werkt het anders. Dan wordt de btw in de regel verlegd naar de klant: jij brengt geen btw in rekening en zet op de factuur dat de btw is verlegd, met het btw-identificatienummer van je klant erbij. Dat nummer controleer je, want je moet kunnen aantonen dat het klopt. Daarnaast doe je opgaaf van je intracommunautaire prestaties, de ICP-opgaaf.
Deze verkopen tellen niet mee voor de drempel van 10.000 euro exclusief btw, want die gaat over leveringen en diensten aan anderen dan ondernemers.
Verkoop je een digitale dienst aan een particulier buiten de EU, dan is de dienst in beginsel niet in Nederland belast. Dat betekent niet dat er nergens iets speelt: sommige landen kennen eigen regels voor buitenlandse aanbieders van digitale diensten. Voor incidentele verkopen is dat zelden een probleem, maar als je gericht op een land buiten de EU gaat verkopen, is dat het moment om het uit te zoeken.
Gecontroleerd op 6 september 2026. Regels en tarieven veranderen; kijk bij twijfel de bron zelf na.
Aan een consument hoef je meestal helemaal geen factuur te sturen. Aan een zakelijke klant wel. Dan gelden er zeventien eisen. Dit is de lijst.
Voor de meeste online cursussen geldt het algemene tarief. Er is een onderwijsvrijstelling, maar bij een opgenomen cursus is die lang niet altijd van toepassing.
Bezoekers verdwijnen zelden omdat je cursus te duur is. Ze verdwijnen omdat ze een vraag hadden die de pagina niet beantwoordde.
10.000
euro drempel, voor alle EU-landen samen per jaar